De VAR heeft er vooral voor gezorgd dat het voetbal eerlijker is geworden. Buitenspel wordt echt waargenomen, tot op een paar centimeter nauwkeurig. Een gele kaart wordt omgezet in een rode omdat een “simpele” overtreding bij nadere beschouwing een aanslag blijkt te zijn.
Wat echter ook blijkt is dat regels worden aangepast. Wat ik aanvankelijk niet door had was dat ook de aloude “Schwalbe” nieuw leven is ingeblazen. Sterker nog, deze is nu gelegitimeerd. Buiten de 16-meter behoort een aanraking nog gewoon tot een duel. Binnen de 16 meter is een aanraking en wat toneel voldoende voor een strafschop. Bij vergelijkbare aanrakingen op het middenveld zou het slachtoffer er niet over peinzen op de grond te gaan liggen. Al was het alleen maar om niet uitgelachen te worden. Bovendien kan het balverlies leiden tot “levensgevaarlijke” situaties. Om direct maar een toch wel enigszins belachelijk taalgebruik aan de orde stellen.
Uit de reacties van spelers en commentatoren merk je ook dat er voor die, voor mij nieuwe regel, begrip is. De onverlaat die een aanvaller heeft aangeraakt weet dat de VAR de aanraking genadeloos heeft vastgelegd. De echt professionele speler weet dat hij het haasje is. De techniek stelt tot op een paar centimeter nauwkeurig vast of buitenspel aan de orde is, maar kan natuurlijk niet vaststellen of iemand alleen met de kous is aangeraakt of dat er daadwerkelijk geschoffeld is. Het beeld blijft hetzelfde, het toneel heeft een duidelijke meerwaarde. De minder professionele speler denkt nog steeds dat commentaar op de scheidsrechter helpt. Uiteraard is dat nog wel enigszins verklaarbaar, de VAR bestaat nog niet zo lang, ook in het hoofd van de meeste spelers moet die nieuwe situatie doordringen.

Commentatoren zijn natuurlijk blij met een VAR-moment, ondanks het feit dat je hen vaak hoort stellen dat het wel “erg lang duurt”. Over een VAR-moment kan je tenslotte nog lang napraten.
Een speler die geprobeerd heeft een duel aan te gaan in de 16-meter heeft het “niet slim gedaan”, een speler die zich de aanraking zeer laat welgevallen heeft het natuurlijk “slim gedaan”.
Ook scheidsrechters zijn blij met de nieuwe regels waarbij de VAR uitsluitsel kan bieden. De aanraking is voldoende voor het toekennen van een strafschop. Eventueel commentaar zoals van de eerder genoemde niet echt professionele spelers kan hij wegwuiven met “maak je niet druk, de VAR controleert”. Uiteraard wetende dat de aanraking is geconstateerd, de intensiteit niet meetbaar en dus wordt de strafschop ook vanuit de centrale goedgekeurd. De niet professionele speler moet zich erbij neerleggen want ja, de beelden liegen niet. De scheidsrechter kan met een lichte glimlach afscheid nemen van het commentaar.
Met de VAR is dus ook duidelijk geworden dat met name veel Duitse spelers, naar men zegt de grondleggers van de Schwalbe, hun tijd ver vooruit waren. Die Schwalbe is weer springlevend.
Omdat de Schwalbe zijn waarde inmiddels opnieuw heeft bewezen en niet meer “verachtelijk” of “matennaaierij” kan worden genoemd, is het dus legitiem er tijdens de training de nodige tijd aan te besteden. Je merkt dat in de Nederlandse competitie sommige spelers duidelijk vaardiger zijn dan anderen op het bedoelde gebied. Theaters liggen nu stil. Ik zie nieuwe mogelijkheden voor toneel-docenten.
Tijdens zo’n training moeten zowel verdedigend als aanvallend de nodige aspecten aan de orde worden gesteld.
Zorg ervoor dat je een duel duidelijk voor het betreden van het 16-meter gebied aangaat. Doe dat grof, je weet dat de aanvaller zo lang mogelijk zal wachten met vallen als er kans bestaat binnen de 16 te komen. Buiten de 16-meter gelden hele andere normen als het gaat om de reactie op een aanraking. Op het middenveld zal een aanraking niet leiden tot een valpartij, de redenen hiervoor heb ik al eerder genoemd. Vlak bij de 16-meter moet een speler fors geraakt worden wil hij vallen, binnen de 16-meter valt er pas echt winst te behalen.
Binnen de 16-meter is aanraken gewoon “niet slim”.
Overigens een goede reden voor de KNVB om “niet slim” ook in de spelregels op te nemen. Op dat moment kunnen ook commentatoren geraadpleegd worden bij een VAR besluit. Zij zijn zeer wel in staat “slim” en “niet slim” als criteria toe te wijzen.
Aanvallend zijn er voldoende trucs te bedenken. Aanvallen is het moeilijkste deel van voetbal. De vernieuwde Schwalbe biedt echte mogelijkheden op dit gebied.
Laat je in ieder geval bij de minste aanraking in het 16-metergebied vallen. Baadt het niet, in de meeste gevallen schaadt het ook niet. Na verschillende keren wordt de kans steeds groter dat de scheidsrechter in ieder geval een keer in je voordeel fluit. De Schwalbe wordt zelden bestraft en je krijgt hooguit geel. Na een gele kaart stop je er gewoon mee. De winst is daarentegen erg groot. Een strafschop en, als het helemaal meezit, direct rood of een tweede gele kaart voor de “niet slimme” verdediger.
Uiteraard kan de KNVB ook een andere weg inslaan. Buitenspel kan vrij nauwkeurig worden vastgesteld. “Op één lijn” is nu tot op 15 centimeter vast te stellen.
Misschien dat nu ook wat tijd kan worden ingeruimd om de bekijkers van de videobeelden beter op te leiden. De gevolgen van een “aanraking” zouden dan wel eens op een andere manier kunnen worden beoordeeld, of op zijn minst op een andere manier worden gewaardeerd.
Zo is het opvallend hoe vaak het “Ooievaartje” wordt toegepast. Een begrip dat ik heb van het wel heel oude mopje “Waarom staat een ooievaar vaak op één poot?”, met daarbij het antwoord “als hij (of zij) deze ook intrekt valt hij om”. Direct na een aanraking zie je de speler tijdens de volgende stap het niet geraakte standbeen intrekken. De val wordt dus niet veroorzaakt door de aanraking maar door het “Ooievaartje”.
Of deze. De aanvaller speelt de bal te ver voor zich uit, of kan er al helemaal niet meer bij, en slaat zelf direct links- of rechtsaf, in ieder geval niet in de richting van het doel. Geen verdediger die daar rekening mee houdt en dus niet anders kan dan de aanvaller raken. En ja, raken is “niet slim”. Hier is dus geen sprake van “de bal willen spelen”, maar van de “aanraking zoeken”, naar mijn idee een nieuwe versie van de Schwalbe.
De laatste die ik in dit kader wil noemen is “het uitgestoken been”. Niet van de verdediger in dit geval, maar van de aanvaller.
Hoe vaak zie je niet dat een aanvaller de bal al lang niet meer kan halen en dan besluit zijn been uit te steken in de richting van de bal, soms zelfs in spagaat, en jawel, bij die poging wordt geraakt. En ja, “slim”, zal de gemiddelde commentator opmerken. Of “niet slim”, afhankelijk van het perspectief van de commentator.
Sport en zeker voetbal is emotie. De revival van de Schwalbe levert daar een absolute bijdrage aan, al dan niet breed uitgemeten via de beelden van de VAR.
Naar mijn idee moet voetbal vooral eerlijk zijn, en hard en mooi en snel. “Slim” hoort daar niet bij, in ieder geval niet in de zin van “proberen geraakt te worden ” in plaats van “de bal proberen te spelen”. Dat blijft voor mij “verachtelijk” of “matennaaierij”. Het koppelen van deze begrippen aan “professioneel” blijft altijd onwenselijk, dus ook in de voetballerij.